Leren en plannen

Wat is het?

Bij NF1 kan er moeite zijn met leren. Ook kunnen mensen plannen lastig vinden.

Als iemand met NF1 moeite heeft met rekenen, dan kan dat een gevolg zijn van een minder goed visueel-ruimtelijk inzicht. Visueel-ruimtelijk inzicht is dat je in staat bent om afstanden en verhoudingen te schatten en dat je verbanden kunt zien tussen informatie die je ziet. Dan vinden mensen  het moeilijk om de goede informatie uit plaatjessommen te halen of om zich sommen en oplossingen visueel voor te stellen. Ook kunnen kinderen met NF1, net als veel andere kinderen met rekenproblemen, moeite hebben met het automatiseren van basiskennis. Wanneer dit het geval is, kunnen zij bijvoorbeeld minder goed de tafels uit het hoofd leren die je nodig hebt bij meer ingewikkelde rekensommen. Verder kan een minder goed visueel-ruimtelijk geheugen het rekenen moeilijker maken. Dit komt, omdat  mensen daardoor moeite hebben om de dingen die ze zien (plaatjes, grafieken) te onthouden. Verder kan het hebben van problemen met visueel-ruimtelijk inzicht er ook toe leiden dat iemand het lastiger vindt om te puzzelen, kaart te lezen en te tekenen. Maar iemand kan hierdoor soms ook minder goed ballen vangen en verkeerssituaties inschatten. Er zijn ook mensen met NF1 bij wie er niks aan de hand is met het visueel-ruimtelijk inzicht.

Moeite met rekenen kan ook later naar voren komen in het voortgezet onderwijs bij wiskunde en andere exacte vakken. Vooral omdat bij deze vakken ook vaak executieve (controle) functies en visueel ruimtelijke vaardigheden nodig zijn.

Ruim een kwart van de mensen  met NF1 heeft problemen met technisch lezen. Ook ruim een kwart heeft problemen met spelling. Een groot deel hiervan voldoet aan de criteria voor dyslexie. Mensen  met dyslexie vinden het lastig om letters om te zetten in klanken. Die heb je nodig om goed te lezen. Ze kunnen ook moeite hebben met het leren van regels. Die heb je nodig om goed te spellen. Moeite met visueel-ruimtelijk inzicht bij NF1 kan bijvoorbeeld ook problemen veroorzaken bij het leren herkennen van de vorm van letters.

Mensen met NF1 vinden soms abstract denken lastiger. Daardoor kunnen zij zich minder goed de gebeurtenissen voorstellen die in een tekst staan. Ook kunnen zij hierdoor begrijpend lezen moeilijker vinden. Moeilijkheden met begrijpend lezen kunnen ook te maken hebben met onvoldoende ‘technische’ leesvaardigheid: omdat elk woord moeite kost, gaat de boodschap van de tekst verloren.  

Daarnaast is het werkgeheugen soms minder goed ontwikkeld. Dit kan ervoor zorgen dat mensen moeite hebben om de vraag te onthouden en tegelijkertijd het antwoord te zoeken in de tekst. Het werkgeheugen wordt gebruikt om iets te onthouden en er tegelijkertijd iets mee te doen.

Mensen  met NF1 kunnen het lastig vinden om dingen te plannen en te organiseren. Zij hebben moeite  met controle functies, ofwel executieve functies. Zo kan iemand  het moeilijk vinden om zaken te plannen en het overzicht te houden over verschillende taken. Ook kunnen mensen soms moeilijk omgaan met nieuwe situaties. Verder hebben zij veel structuur nodig. Daarnaast hebben ze moeite met het beginnen van een nieuwe taak.

Executieve functies zijn ook nodig bij het oplossen van ingewikkelde taken of bij het begrijpen van andere mensen. Bij kinderen met NF1 is dit vooral lastig als er veel informatie tegelijk moet worden verwerkt.

Tips voor wat je er misschien zelf aan kunt doen

Wanneer een kind rekenproblemen heeft, proberen leerkrachten vaak de sommen als plaatje aan te bieden. Dat is voor veel kinderen met rekenproblemen een goede ondersteuning, maar minder goed voor kinderen met NF1 als het ruimtelijk inzicht niet hun sterkste punt is. Voor deze kinderen met NF1 zou het kunnen helpen om de sommen niet als plaatje maar juist als verhaalsom (tekst) of mondeling aan te bieden.

Als kinderen moeite hebben met het leren of automatiseren van rekenbewerkingen, kunnen lijstjes met de rekenbewerkingen op een rij helpen. Of werken met een stappenplan om bepaalde opgaven aan te pakken kan mensen helpen. Een rekenmachine is een belangrijke compensatie om sneller te kunnen werken op dit gebied. Ook als niet direct sprake is van een rekenstoornis of dyscalculie.

Als een kind een beetje moeite heeft met technisch lezen en spelling, dan  kan extra ondersteuning op school op een speelse manier worden geïntroduceerd bij het kind. Hier hoeft niet direct een expert bij te worden betrokken. Zo is het voor de iets oudere kinderen met leesproblemen een idee om hen te laten helpen bij het lezen van jongere kinderen.

Een belangrijke manier waarmee het visueel-ruimtelijk inzicht van kinderen kan verbeteren is dat ouders met hun kind bijvoorbeeld samen tekenen, puzzelen of knutselen. Thuis kunnen kinderen oefenen met bijvoorbeeld bouwmaterialen en puzzels, of Loco (vanaf peuters/kleuters, speelgoedwinkel).

Voor kinderen die het lastig vinden om te plannen en te organiseren is een zichtbare structuur erg belangrijk. Te denken valt aan: vaste plaatsen voor materialen en gereedschappen, labels op dozen, lades en kasten, lijstjes met benodigdheden voor bepaalde activiteiten, zichtbaar opgehangen regels en afspraken, enz. Of om samen een schema te maken om taken of huiswerk te plannen. Bij een ingewikkelde taak kan van te voren besproken worden hoe deze stap voor stap kan worden aangepakt en hoe moet worden begonnen met de eerste stap. Het kan ook helpen om instructies te herhalen of op te schrijven. Het opdelen van lange opdrachten in korte overzichtelijke deelopdrachten kan ook helpen.

Waar kun je terecht voor extra ondersteuning?

Bij lees- en spellingsproblemen bij kinderen met NF1 is de gebruikelijke ondersteuning voor kinderen met dyslexie niet altijd effectief. Ook kan er extra aandacht worden besteed aan de visueel-ruimtelijke component. Er kan bijvoorbeeld extra worden geoefend met het herkennen van lettervormen. Dit kan bijvoorbeeld met schuurpapieren letters of het verwoorden van de vorm van een letter. Het kind kan om het lezen te vergemakkelijken bijvoorbeeld een leesliniaal of een Daisyspeler (een speciaal apparaat dat ingesproken boeken kan afspelen) gebruiken. Bij leerlingen met risico op leesproblemen, alle kinderen met NF1, kan in groep 2 t/m 4 het interventieprogramma ‘Bouw!’ worden ingezet. Dit programma is bedoeld om moeite met lezen te voorkomen.

Een dyslexieverklaring kan vooral vanaf halverwege het basisonderwijs en zeker ook op het voortgezet onderwijs helpen om toetsverlenging en andere maatregelen te organiseren. Als het kind  ernstige moeite heeft met lezen of spelling, kan ook doorverwezen worden naar een speciaal centrum voor dyslexiebehandeling of een ‘leeskliniek’. Zeker als er ook op sociaal-emotioneel gebied problemen zijn in combinatie met de moeite met leren. Ook inzet van software ter ondersteuning van lezen of spellen (zoals ‘Kurzweil’) kan zinvol zijn.

Kinderen met visueel-ruimtelijke problemen kunnen worden geplaatst op een cluster 3 school als er bijvoorbeeld ook achterstand in de motoriek is, of als een kind ernstige beperkingen ondervindt vanwege een langdurige ziekte (aandoeningen als NF1 worden daar vaak onder gerekend). Cluster 3 scholen zijn voor kinderen met lichamelijke of verstandelijke beperkingen en voor langdurig zieke kinderen.

Wanneer een kind ook moeite heeft met zien (bijvoorbeeld bij een opticus glioom, een gezwel achter het oog dat wel eens voorkomt bij NF1), kan het worden verwezen naar stichting VISIO of Bartiméus.

Er is een speciaal trainingsprogramma ontwikkeld voor kinderen met visueel ruimtelijke problemen, genaamd “een Beren-aanpak” (door Timmerman en v/d Schoot, uitgeverij Acco, ISBN: 90.334-3994-8).

Wanneer kinderen moeite hebben met executieve functies, kan met de zogenaamde  Meichenbaum beertjes’ worden gewerkt om zelf structuur te leren aanbrengen (Timmerman, uitgeverij Acco, ISBN: 9789033449543). Uitgeverij Hogrefe geeft diverse boeken uit over begeleiding op dit gebied, zoals ‘Coachen van kinderen en adolescenten  met zwakke executieve functies’

Er bestaan verschillende trainingsmethodes voor kinderen met concentratieproblemen en executieve functies, zoals ATAG-K en COGMED. Leerkrachten kunnen voor meer informatie terecht op www.leermiddelenplein.nl.

 “Maar ook op die school ontkenden ze dat mijn dochter dyslexie heeft. Nu zit ze op speciaal onderwijs en afgelopen mei is mijn dochter via het Sophia kinderziekenhuis naar Kempenhaege verwezen. Daar is een dyslexietest gedaan en binnen 5 minuten was duidelijk dat ze dyslectisch is! Ik werd nooit geloofd, maar kreeg uiteindelijk dus toch gelijk. Voor mijn dochter is het een verademing dat er een diagnose is. Op Kempenhaege hebben ze haar uitgelegd wat het is. Ze snapt nu dat ze daardoor meer moeite moeten doen om iets te begrijpen. Ik ga nu met haar naar Kind Centraal. Ze heeft daar een coach die haar helpt om te gaan met ADHD en dyslexie.”

Terug