Genetica & overerving

NF2-geassocieerde schwannomatose (NF2) is een erfelijke aandoening. Ongeveer 1 op de 25.000 mensen heeft NF2. De ziekte ontstaat door een fout (mutatie) in het NF2-gen op chromosoom 22. Dit gen zorgt voor de aanmaak van het eiwit merlin. Merlin helpt om de groei van cellen te remmen. Als het NF2-gen niet goed werkt, verliest merlin zijn functie en kunnen er goedaardige tumoren ontstaan.

Subtypen van NF2

Er zijn twee belangrijke vormen van NF2:

1. Gegeneraliseerde (constitutionele) NF2

  • De mutatie zit in alle lichaamscellen.
  • Meestal is dit de vorm die van ouder op kind wordt doorgegeven.

2. Segmentale NF2 (mozaïcisme)

  • Alleen een deel van de lichaamscellen bevat de mutatie.
  • De klachten blijven dan beperkt tot één of enkele lichaamsdelen.
  • Deze vorm ontstaat door een mutatie na de bevruchting.
  • Segmentale NF2 verloopt vaak milder.
  • Meer dan 50% van de mensen bij wie NF2 niet in de familie voorkomt, heeft deze mozaïekvorm.Type mutatie en ernst van de aandoening

Het soort fout in het NF2-gen kan iets zeggen over de gemiddelde ernst van de ziekte. Dit zijn algemene trends, geen vaste regels. Andere factoren, zoals de plek van tumoren, spelen evenveel mee.

Type mutatieErnst en verloop
truncatingmilder
deletiemilder
splice-site variabel
missensevariabel
nonsenseernstiger
frameshifternstiger

Overerving

NF2 wordt in ongeveer 50% van de gevallen doorgegeven van een ouder aan het kind.
De andere 50% ontstaat door een nieuwe spontane mutatie.

  • Iemand met gegeneraliseerde NF2 heeft bij elke zwangerschap 50% kans om de aandoening door te geven.
  • Dit heet autosomaal dominante overerving.

Mensen die NF2 in de familie hebben, kunnen DNA-onderzoek laten doen. Bij de milde mozaïekvorm wordt de mutatie niet altijd gevonden. Daarom blijft een persoon dan wel regelmatig onder controle, met o.a. oogonderzoek, gehoortesten en MRI-scans.

Wanneer de mutatie wel bekend is, kan het controleschema worden aangepast op basis van de verwachte ernst.

Kansen op een kind met NF2

Bij ouders van een kind met een spontane mutatie is de kans op nog een kind met NF2 meestal niet verhoogd.
Er is alleen een kleine kans op kiemcelmozaïcisme. Dan zit de mutatie in sommige zaad- of eicellen van een ouder, zonder dat die ouder zelf NF2 heeft. Daarom komen deze ouders toch in aanmerking voor prenatale diagnostiek.

Als een ouder zelf mozaïek-NF2 heeft, is de kans op een kind met NF2 wel verhoogd. Hoe groot die kans is, verschilt per persoon en wordt uitgelegd door de klinisch geneticus.

Kinderwens en zwangerschap

Bij een kinderwens is het belangrijk om vroeg met een klinisch geneticus te praten. Deze kan uitleg geven over:

  • de kans om NF2 door te geven
  • mogelijkheden voor DNA-onderzoek
  • andere opties zoals eicel- of spermadonatie of adoptie
  • PGD (embryoselectie)
  • prenatale diagnostiek (vlokkentest of vruchtwaterpunctie)

Risico’s tijdens de zwangerschap

Bij vrouwen met NF2 zijn er meestal weinig complicaties bekend. Toch zijn er aandachtspunten:

  • Een ruggenmerg-schwannoom kan betekenen dat er geen ruggenprik gebruikt mag worden bij een keizersnede.
  • Tumoren kunnen tijdens een zwangerschap soms sneller groeien door hormonale veranderingen.